De Swormertoren

Verdedigingswerken
De Swormertoren was een versterking in de Sallandse landweer. De versterking bestond uit lange linie van versperringen bestaande uit greppels en wallen, begroeid met doornstruiken die werd onderbroken door versterkte torens. Bij deze versterkingen was ook een bakstenen ringmuur die een driehoekige binnenplaats omgaf. In deze binnenplaats bevond zich een ronde toren. De Swormertoren behoorde samen met Kasteel Arkelstein en de Waerdenburg bij Holten tot de grensbescherming van Deventer. Ook beschermde de landweer de handelsroutes richting Duitsland. Het complex lag bij de kruising van de Oxersteeg met de Schipbeek, dicht bij de huidige afslag Deventer-Oost van de A1.

Bouw
Buiten de verdedigingswerken van de stad Deventer, werd nog een verdedigingssysteem gebouwd: de zogenaamde landweer. Dat was een lange linie van versperringen bestaande uit greppels en wallen, begroeid met doornstruiken. Bij de doorgangen bevonden zich versterkte wachttorens, zoals het Koerhuis- en de Swormertoren. De Koerhuisbeek, de Boterbeek en de oude Schipbeek waren de grachten van de versterkingen.
Voor de bouw van het stenen complex was er al een bewaakte houten slagboom aanwezig waar tol werd geheven. De bouw van de bakstenen toren met ringmuur vond hoogstwaarschijnlijk plaats in verschillende fases tussen 1387 en 1402, er werden 47.000 “tyghelstenen” en 4500 “deckstenen” voor aangeschaft. In rustige periodes werd de toren door één wachter bemand. In tijden van oorlog en gevaar kwamen daar vanuit de stad Deventer 5 à 6 extra hulpwachters bij. Binnen de ringmuur ontbrak een vast wachtlokaal, men maakte gebruik van tenten. Vanaf 1515 komen er geen wachterslonen voor het bewaken van de Swormertoren meer voor in de stadsrekeningen, de boekhouding van Deventer. Het bouwwerk raakte na 1515 in verval en de toren werd als een steengroeve gebruikt door de bewoners uit de omgeving. De laatste overblijfselen werden uiteindelijk in 1649 afgebroken.

Straf na plundering
In tijden van plunderingen waren de mensen natuurlijk blij met de landweer, maar in vredestijd was dit lastig. Je had maar een paar doorgangen en daar moest je ook nog voor betalen. Vandaar dat mensen stiekem doorgangen maakten. De landsheren waren daar niet blij mee en traden hier streng tegen op. Hoge boetes werden opgelegd. Er is zelfs een document bekend waarin staat dat van degene die een landweer beschadigde zijn hand werd gebroken.
Opgravingen
Lange tijd was de plaats van de Swormertoren bij benadering bekend. Geen enkele afbeelding of beschrijving vertelde iets over de vorm of omvang. Hier kwam pas in 1995 verandering in doordat bij de afbraak van een boerderij Swormertoren, oudheidkundig onderzoek de funderingen van de ommuring van de toren aantoonde. De boerderij werd in april 1945 door oorlogswereld, samen met de daarbij gelegen brug over de Schipbeek, verwoest. Na de oorlog werd de boerderij herbouwd, om in de herfst van 1993 af te branden. De restanten werd gesloopt, waarbij dus de middeleeuwse restanten van de oorspronkelijk Swormertoren bloot gelegd werd.
Dat gebeurde amateurarcheologen van de plaatselijke afdeling van de Archeologische Werkgemeenschap Nederland. Toen bleek dat de ringmuur een dikte had van tussen de 1,2 en 1,8 meter, terwijl de muur van de toren 2,25 meter dik was geweest. De diameter van de toren was ongeveer 8,6 meter. Specifieke vondsten uit de gebruiksperiode van de toren ontbraken. Wat over het gebruik bekend is komt uit bewaard gebleven stadsrekeningen van Deventer.
Bron: Wikipedia en boek Trots op Colmschate